Publicaties

Hierna vindt u de Europese en de nationale wetgeving die van toepassing is op de invoering van de digitale tachograaf, evenals bepaalde officiële documenten betreffende het project inzake de implementatie van de digitale tachograaf in België, de voornaamste arresten vermeld die de laatste 30 jaar gewezen zijn door het Europees Hof van Justitie op het vlak van rij-en rusttijden en de registratie ervan door de tachograaf en de lijst van de erkende werkplaatsen in België

Wetgeving

1. Europese reglementering

  • 1.1

    Verordening (EEG) nr. 3821/85 (gecoördineerde versie tot juli 2013) van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer, ingrijpend gewijzigd door Verordening ( EG) nr. 2135/98. (ingetrokken door VERORDENING (EU) Nr. 165/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN VAN DE RAAD van 4 februari 2014)

  • 1.2

    Richtlijn n°92/6/EEG van de Raad van 10 februari 1992 betreffende de installatie en het gebruik, in de Gemeenschap, van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën motorvoertuigen;

  • 1.3

    Richtlijn n°2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen;

  • 1.4

    Verordening (EG) nr. 1360/2002 van de Commissie van 13 juni 2002 betreffende de zevende aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Verordening (EEG) nr. 3821/85 en zijn corrigendum.

  • 1.5

    Verordening (EG) nr. 432/2004 van de Commissie van 5 maart 2004 betreffende de achtste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Verordening (EEG) nr. 3821/85.

  • 1.6

    Verordening (EG) nr. 561/2006 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad

  • 1.7

    Verordening (EG) nr. 1791/2006 VAN DE RAAD van 20 november 2006 tot aanpassing van bepaalde verordeningen in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië (uittreksel)

  • 1.8

    RICHTLIJN 2006/22/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 maart 2006 inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer en tot intrekking van Richtlijn 88/599/EEG van de Raad

  • 1.9

    Beschikking van de Commissie van 12 april 2007 tot vaststelling van een formulier in het kader van de sociale wetgeving met betrekking tot het wegvervoer ( Bijlage vervangen door de bijlage bij het Besluit van de Commissie van 14 december 2009)

  • 1.10

    VERORDENING (EG) Nr. 68/2009 VAN DE COMMISSIE van 23 januari 2009 betreffende de negende aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer

  • 1.11

    RICHTLIJN 2009/4/EG VAN DE COMMISSIE van 23 januari 2009 Maatregelen ter voorkoming en bestrijding van manipulatie van tachograafgegevens, tot wijziging van Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer en tot intrekking van Richtlijn 88/599/EEG van de Raad

  • 1.12

    AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 23 januari 2009 inzake richtsnoeren voor de beste handhavingspraktijken op het gebied van controles van het controleapparaat tijdens wegcontroles en in gemachtigde werkplaatsen

  • 1.13

    RICHTLIJN 2009/5/EG VAN DE COMMISSIE van 30 januari 2009 tot wijziging van Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer

  • 1.14

    Verordening (EG) nr. 219/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 maart 2009 tot aanpassing aan Besluit 199/468/EG van de Raad van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft (uittreksel);

  • 1.15

    VERORDENING (EG) Nr. 1266/2009 VAN DE COMMISSIE van 16 december 2009 betreffende de tiende aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en bericht vanwege DG MOVE inzake interpretatie van bepaalde artikelen uit deze Verordening;

  • 1.16

    VERORDENING (EG) Nr. 1073/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006

  • 1.17

    Besluit van de Commissie van 14 december 2009 tot vaststelling van een formulier in het kader van de sociale wetgeving met betrekking tot het wegvervoer ( nieuwe bijlage in vervanging van de bijlage bij de Beschikking van de Commissie van 12 april 2007)

  • 1.18

    AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 13 januari 2010 betreffende de veilige uitwisseling van elektronische gegevens tussen lidstaten om de uniciteit van door hen afgegeven bestuurderskaarten te controleren

  • 1.19

    VERORDENING (EG) Nr. 581/2010 VAN DE COMMISSIE van 1 juli 2010 inzake de maximumtermijnen voor het downloaden van relevante gegevens van voertuigunits en bestuurderskaarten

  • 1.20

    UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE van 7-6-2011 betreffende de berekening van de dagelijkse rijtijd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad

  • 1.21

    BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 22.6.2011 waarbij België wordt gemachtigd een uitzondering toe te staan op de toepassing van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer

  • 1.22

    VERORDENING (EU) Nr. 165/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN VAN DE RAAD van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer

  • 1.23

    VERORDENING (EU) Nr. 1161/2014 VAN DE COMMISSIE van 30 oktober 2014 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer

  • 1.24

    VERORDENING (EU) 2016/68 VAN DE COMMISSIE van 21 januari 2016 betreffende gemeenschappelijke procedures en specificaties die nodig zijn voor de onderlinge verbinding van elektronische registers van bestuurderskaarten

  • 1.25

    Uitvoeringsverordening (EU) 2016/799 van de Commissie van 18 maart 2016 tot uitvoering van verordening (EU° nr 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de eisen voor de constructie, de exploitatie en de reparatie van tachografen en tachograafonderdelen

  • 1.26

    UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1503 VAN DE COMMISSIE van 25 augustus 2017 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/68 betreffende gemeenschappelijke procedures en specificaties die nodig zijn voor de onderlinge verbinding van elektronische registers van bestuurderskaarten

  • 1.27

    UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/502 VAN DE COMMISSIE van 28 februari 2018 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/799 tot vaststelling van de eisen voor de constructie, het testen, de installatie, de exploitatie en de reparatie van tachografen en tachograafonderdelen

Binnen de Europese Commissie werd op basis van art. 22(4) van de Verordening n° 561/2006 de juridische werkgroep (Legal Working Group) belast met het verduidelijken van de Verordening n°561/2006. Ondertussen werd door deze werkgroep voorlopig zes richtsnoeren opgesteld, die door alle lidstaten van de Europese Unie werden aanvaard. De Europese Commissie benadrukt evenwel dat de uiteindelijke interpretatiebevoegdheid bij het Europees Hof van Justitie berust.


  • Richtsnoer 1:

    21-2-2008: Uitzonderlijke afwijking van de minimumrusttijden en maximumrijtijden, teneinde een geschikte stopplaats te vinden.

  • Richtsnoer 2:

    21-2-2008: Registratie van de reistijd van een bestuurder naar een locatie, die niet gebruikelijke plaats is om controle te nemen over een voertuig dat binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 561/2006 valt of dit voertuig af te staan.

  • Richtsnoer 3:

    21-2-2008: De onderbreking van de dagelijkse of wekelijkse rusttijden of van onderbrekingen, teneinde een voertuig op een terminal, op parkeerplaatsen of op parkeerterreinen bij grensposten te verplaatsen.

  • Richtsnoer 4:

    21-2-2008: Registratie van de rijtijden aan de hand van digitale tachografen bij vervoersactiviteiten met frequente stops en met veel afleverpunten ( update 2011 enkel in het Engels)

  • Richtsnoer 5:

    14-12-2009: Het bij Besluit van 14 december 2009 door de Commissie vastgestelde formulier voor de verklaring van activiteiten

  • Richtsnoer 6:

    31-3-2008: Registratie van de reistijd aan boord van een veerboot of trein wanneer de bestuurder over een slaapbank of bed beschikt.

2. Belgische reglementering

  • 2.1

    Wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake het vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg

  • 2.2

    Koninklijk besluit van 19 juli 2000, zoals gewijzigd door het K.B. van 14 juli 2005 en door het KB van 27 april 2007, betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg

  • 2.3

    opgeheven door KB 17-10-2016 Koninklijk besluit van 14 juli 2005 houdende uitvoering van de Verordening (EEG) nr.3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (Belgisch Staatsblad van 26 juli 2005). ( Erratum gepubliceerd op 5-9-2005), gewijzigd door het Koninklijk Besluit van 9 april 2007; opgeheven door KB 17-10-2016

  • 2.4

    Ministerieel besluit van 5 augustus 2005 tot aanduiding van de bevoegde instelling voor de uitgifte en de verdeling van de digitale tachograafkaarten: BS van 8 augustus 2005

  • 2.5

    opgeheven door KB 17-10-2016 Toepassing van de eerste alinea van artikel 22 van het koninklijk besluit van 14 juli 2005 ter uitvoering van de Verordening (EG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985, betreffende het controleapparaat in het domein van het wegvervoer, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van 24 september 1998 en aangepast aan de vooruitgang van de techniek door Verordening (EG) nr. 1360/2002 van de Commissie van 13 juni 2002 (Belgisch Staatsblad van 5 augustus 2005). opgeheven door KB 17-10-2016

  • 2.6

    Actieplan van 14 november 2006 betreffende de samenwerking tussen de verschillende controlediensten met het oog op de coördinatie van de controles van het personen- en goederenvervoer over de weg

  • 2.7

    opgeheven door KB 17-10-2016 Koninklijk Besluit van 9 april 2007 houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europese Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordening ( EEG) nr 3821/85 en (EG) nr 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verrodening ( EEG) nr 3820/85 van de Raad; opgeheven door KB 17-10-2016

  • 2.8

    Koninklijk Besluit van 27 april 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg (inwerkingtreding 1 september 2007)

  • 2.9

    Koninklijk Besluit van 8 mei 2007 houdende omzetting van RICHTLIJN 2006/22/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 maart 2006 inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer en tot intrekking van Richtlijn 88/599/EEG van de Raad

  • 2.10

    opgeheven door KB 17-10-2016 Koninklijk besluit van 31 januari 2009 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 juli 2005 houdende uitvoering van de Verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer

  • 2.11

    Wet houdende diverse bepalingen (I) van 29 DECEMBER 2010 (uittreksel art 101)

  • 2.12

    opgeheven door KB 17-10-2016 Koninklijk besluit van 3 februari 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 juli 2005 houdende uitvoering van de Verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer

  • 2.13

    Koninklijk besluit van 8 oktober 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 april 2007 houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr.2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad en houdende gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen

  • 2.14

    Koninklijk Besluit van 19 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg

  • 2.15

    Koninklijk besluit van 17 oktober 2016 inzake de tachograaf en de rij en rusttijden (Belgisch Staatsblad van 24 oktober 2016)

Officiële Documenten

Belgian Member State Authority Policy for the tachograph system

De Belgian Member State Authority Policy werd op 13 januari 2005 door de Europese Commissie goedgekeurd in het kader van de uitgifte van de digitale tachograafkaarten in België in uitvoering van de Verordening (EEG) n°3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer.

Belgian Certification Practice Statement for the tachograph system

Dit document is beschikbaar op schriftelijke aanvraag.

Erkende Werkplaatsen

De lijst van de door de overheid erkende werkplaatsen op basis van art.7 van het Koninklijk Besluit van 14 juli 2005 houdende uitvoering van de verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer .

Rechtspraak van het Europees Hof van Justitie

Nota van de redactie: Onderstaand worden de voornaamste arresten vermeld die de laatste 30 jaar gewezen zijn door het Europees Hof van Justitie op het vlak van rij-en rusttijden en de registratie ervan door de tachograaf.

De meeste van deze arresten werden gewezen op basis van prejudiciële vragen die de nationaal bevoegde rechtbanken hebben gesteld ten einde een interpretatie te verkrijgen van artikels of termen uit de toepasselijke reglementering van de Europese Commissie. De meeste arresten zijn gebaseerd op de opgeheven Verordening (EEG) n°3820/85 (of zelfs n° 543/69) tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer. Vele van deze artikels of termen uit deze artikels zijn evenwel hernomen in de nieuwe Verordening (EG) n° 561/2006, zodat het in aanmerking nemen van deze interpretatie in sommige omstandigheden nuttig zou kunnen zijn.

1.

Arrest Andreas Seeger, Zaak C-554/09 , Europees Hof van Justitie, 28 juli 2011

De in artikel 13, lid 1, sub d, tweede streepje van verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer moet aldus worden uitgelegd dat hieronder niet valt verpakkingsmateriaal, zoals lege flessen ( lege emballage) dat wordt vervoerd door een wijn- en drankenhandelaar die een winkel exploiteert, eenmaal per week aan zijn klanten levert en dan de lege emballage ophaalt om deze naar zijn groothandelaar te brengen.


2.

Arrest Raemdonck-Janssens BVBA , Zaak C‑128/04, Europees Hof van Justitie, 17 maart 2005

De in artikel 13, lid 1, sub g, van verordening nr. 3820/85 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer gebruikte begrippen „materieel of uitrusting” moeten in het kader van de bij artikel 3, lid 2, van verordening nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer ingevoerde uitzonderingsregeling, die bepaalde voertuigen vrijstelt van de verplichte uitrusting met een tachograaf, aldus worden uitgelegd dat zij niet alleen betrekking hebben op „gereedschappen en werkmiddelen”, maar eveneens de goederen, zoals bouwstoffen of kabels, omvatten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werken die tot de hoofdactiviteit van de bestuurder van het betrokken voertuig behoren. Een dergelijke activiteit, die in de zin van dat artikel 13, lid 1, sub g, niet kan bestaan in het besturen van het voertuig, moet de hoofdactiviteit van die bestuurder en niet die van de betrokken onderneming zijn.


3.

Arrest Bourrasse, Zaak C-228/01 en C-289/01, Europees Hof van Justitie, 7 november 2002

Ingevolge artikel 14 van verordening nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer, zowel in de oorspronkelijke versie als in die welke voortvloeit uit verordening nr. 2135/98, is het een in een lidstaat gevestigde wegvervoersonderneming die voertuigen zonder bestuurder verhuurt aan een in een andere lidstaat gevestigde wegvervoersonderneming, niet toegestaan de tachoschijven van de verhuurde voertuigen te blijven beheren, want volgens de leden 1 en 2 van dit artikel verstrekt de werkgever de schijven aan de bestuurders, vervangt hij ze naar gelang van de behoeften en bewaart hij ze vervolgens gedurende ten minste een jaar.


4.

Arrest Skills Motor Coaches ltd, Zaak C-297/99, Europees Hof van Justitie, 18 januari 2001

Artikel 15 van verordening nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer, moet aldus worden uitgelegd dat de verplichting voor de bestuurder, alle andere werktijden te registreren, ook geldt voor de tijd die hij nodig heeft om zich te verplaatsen teneinde een voertuig over te nemen waarin een controleapparaat moet worden geïnstalleerd en gebruikt en dat zich elders bevindt dan in zijn woonplaats of het exploitatiecentrum van de werkgever, ongeacht of deze laatste dienaangaande instructies heeft gegeven dan wel of de bestuurder kan kiezen, wanneer en hoe hij dat traject aflegt.

Tijdens dat traject komt hij immers een verplichting tegenover zijn werkgever na en beschikt hij dus niet vrij over zijn tijd.


5.

Arrest Alan Jeffrey Bird, Zaak C-235/94, Europees Hof van Justitie, 9 november 1995

Gezien zijn bewoordingen en zijn context staat artikel 12 van verordening nr. 3820/85 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, een bestuurder niet toe om vóór het begin van het traject bekende redenen af te wijken van de in de artikelen 6, 7 of 8 van de verordening vervatte bepalingen betreffende rij- en rusttijden.

Uit artikel 12 blijkt immers, dat alleen de bestuurder ter verzekering van de veiligheid van personen, van het voertuig en van zijn lading kan beslissen langer te rijden dan normaal door de verordening wordt toegestaan, dat die beslissing moet worden genomen wanneer de bestuurder onverwachts in de onmogelijkheid komt te verkeren de vastgestelde rij- en rusttijd na te leven, en dat daarbij rekening moet worden gehouden met de vereisten inzake wegveiligheid op dat ogenblik. Verder verzet artikel 15, lid 1, van de verordening, waarin wordt bepaald dat de vervoersondernemingen het werk van de bestuurders zodanig moeten organiseren, dat dezen de verordening kunnen naleven, zich ertegen, dat de onderneming vóór het vertrek van de bestuurder een afwijking plant.


6.

Arrest MARC MICHIELSEN EN GEYBELS TRANSPORT SERVICE NV., zaak C-394/92, Europees Hof van Justitie, 9 juni 1994

1. "De dagelijkse werktijd" in de zin van artikel 15, lid 2, van verordening nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer, omvat de rijtijd, alle andere werktijden, de tijd dat de bestuurders beschikbaar zijn, de werkonderbrekingen en de dagelijkse rusttijd, voor zover deze niet langer dan een uur duurt, wanneer de bestuurder deze rusttijd in twee of drie perioden verdeelt. Die dagelijkse werktijd begint op het moment waarop de bestuurder, na een periode van wekelijkse of dagelijkse rust, de tachograaf in werking stelt of, in geval van splitsing van de dagelijkse rust, aan het einde van de rustperiode die minimaal acht uur heeft geduurd. Hij eindigt aan het begin van een periode van dagelijkse rust of, in geval van splitsing van de dagelijkse rust, aan het begin van een rustperiode van minimaal acht opeenvolgende uren.

2. Het begrip "dag" in de zin van verordening nr. 3820/85 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, en van verordening nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer, moet aldus worden opgevat, dat het synoniem is met het begrip "periode van 24 uur", dat doelt op elke tijdsspanne van die duur die begint op het moment waarop de bestuurder de tachograaf in werking stelt na afloop van een periode van wekelijkse of dagelijkse rust.


7.

Arrest Van Swieten BV, ZAAK C-313/92, Europees Hof van Justitie, 2 juni 1994

1. Artikel 2, lid 1, van verordening nr. 3820/85 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, moet aldus worden uitgelegd, dat het ook van toepassing is op binnen de Gemeenschap met in een Lid-Staat ingeschreven voertuigen verricht wegvervoer naar of uit derde landen die geen partij zijn bij de Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorvoertuigen in het internationale vervoer over de weg, of in transito door deze landen.

Het nuttig effect van die verordening zou immers in gevaar komen, indien de toepassing van de communautaire regeling afhing van het traject dat door de in de verschillende Lid-Staten ingeschreven voertuigen wordt gevolgd, en indien het nationale recht van toepassing bleef wanneer het traject slechts gedeeltelijk binnen de Gemeenschap ligt. 2. De uitdrukking "elke periode van 24 uur" in artikel 8, lid 1, van verordening nr. 3820/85 moet aldus worden opgevat, dat zij doelt op elk interval van die duur dat begint op het moment waarop de bestuurder, na een periode van wekelijkse of dagelijkse rust, de tachograaf in werking stelt. Wanneer de dagelijkse rust is genomen in twee of drie afzonderlijke periodes, dient de berekening te beginnen aan het eind van de periode die minimaal acht uur heeft geduurd.

Alleen met die uitlegging kan immers worden bereikt, dat de rij- en rustperiodes elkaar zodanig afwisselen, dat de verkeersveiligheid is gewaarborgd en de arbeidsvoorwaarden van de bestuurder worden verlicht, welke doelstellingen door de verordening worden beoogd.


8.

Arrest KEVIN ALBERT CHARLTON, Zaak C-116/92 , Europees Hof van Justitie, 15 december 1993

Artikel 7, leden 1 en 2, van verordening nr. 3820/85 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, moet aldus worden uitgelegd, dat het bestuurders die onder de werkingssfeer van deze verordening vallen, verboden is, gedurende meer dan 4 1/2 uur ononderbroken te rijden. Wanneer een bestuurder evenwel een onderbreking van 45 minuten in acht heeft genomen, in één keer of door verschillende onderbrekingen van tenminste vijftien minuten binnen of aan het eind van een rijtijd van 4 1/2 uur, dient de in artikel 7, lid 1, van de verordening bedoelde berekening opnieuw aan te vangen, ongeacht de rijtijd en de onderbrekingen die die bestuurder voordien in acht heeft genomen.

Het aanvangspunt van de in artikel 7, lid 1, van verordening nr. 3820/85 bedoelde berekening valt samen met het tijdstip waarop de bestuurder het in verordening nr. 3821/85 bedoelde controleapparaat in werking stelt en begint te rijden.


9.

Arrest STAEDTEREINIGUNG K. NEHLSEN KG, Zaak NO. 47/79, Europees Hof van Justitie, 6 december 1979

Overeenkomstig artikel 4 , sub 4 , van verordening nr . 543/69 van de raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer , zoals gewijzigd bij verordening nr . 2827/77 , is bedoelde verordening niet van toepassing op vervoer met door andere overheidsinstanties voor openbare diensten gebruikte voertuigen .Deze woorden moeten aldus worden uitgelegd , dat zij uitsluitend betrekking hebben op voertuigen die eigendom zijn of ter beschikking staan van de overheid , en niet op voertuigen die eigendom zijn van een particuliere onderneming welke de voertuigen gebruikt bij de uitoefening van een openbare dienst of een dienst van openbaar belang die haar krachtens een privaatrechtelijke overeenkomst is opgedragen .